www.socialedialoog.be - Kroniek van een staking (30.01.2012)

 De staking van 30 januari heeft als nooit te voren een discussie op gang gebracht over de opportuniteit van de actie en de representativiteit van het protest. De inhoud is veel minder aan bod gekomen.

Tot 17 januari zag het er anders uit en was het niet zeker dat de drie vakbonden op één lijn zouden blijven. De Regering liet blijken dat de maatregelen niet zouden gewijzigd kunnen worden. Europa zou onmiddellijk het land verplichten gelijkwaardige maatregelen te nemen. In die optiek had het geen zin om de druk op te voeren terwijl iedereen wist dat niemand een nieuwe politieke crisis wou uitlokken. Iedereen vreesde wel dat de verhuisde financiële markten schade zouden berokkenen aan de openbare financiën indien deRegering terug zou komen op de besparingen.

Maar de syndicale leiders hadden zich reeds in december geëngageerd ten opzichte van de achterban om te protesteren tegen de maatregelen.

Het dilemma was dan :

iets doen of iets niet doen als het toch tot niets dient

(Paul Soete).

De aankondiging van de Premier op 15 januari dat er een nieuwe besparingsronde nodig bleek was allicht de perfecte bliksemafleider om uit het dilemma en de onenigheid te geraken.

En opnieuw werden de ondernemingen in de tang genomen omdat de vakbonden menen dat de werkgevers te veel de Regeringsmaatregelen steunen. Terwijl we hier eigenlijk moeten spreken van een politieke staking tegen een Regering waarin de socialistische en de christendemocratische partijen zetelen. Terwijl ook de ondernemingen hun gelag betalen van de crisis. Terwijl Europa het mandaat kreeg van dezelfde politieke partijen om de gemeenschappelijke economische unie te versterken.

En zo werd de statistiek bevestigd dat België een land is waar vrij veel gestaakt wordt. Volgens een enquête uitgevoerd door de European Industrial Relations Observatory bekleden we de derde plaats in Europa, na Denemarken en Frankrijk.

En ik ken geen vakbondsmilitant die wakker ligt van het feit dat er geen verband gelegd kan worden tussen het aantal stakingen en min of meer koopkracht, min of meer werkgelegenheid, of min of meer ongelijkheid.

Pieter Timmermans (VBO) merkte terecht op dat "de stakingen 1973 (Egmontplan), 1986 (Sint Annaplan) en 1993 (Globaal Plan) de situatie niet verbeterd hebben, integendeel!" Maar velen hebben ook achter de staking in januari 2011 vraagtekens gezet. Waarom hebben de centrales opgeroepen tot staken tegen een ontwerp dat ze in de interne organen van de vakbonden hebben afgewezen.

Indien de stakingen de mensen niet dienen, dan dienen ze wel de vakbonden zelf. De inzet is het machtsvertoon, het gemeenschappelijk front tussen vakbonden en tussen centrales binnen de interprofessionele organisaties. Het wordt voorgesteld als een

strijd tegen de ideologie die onze hoop op een betere wereld voor onszelf en onze kinderen heeft gekaapt

(BBTK pamflet).

Waarom  de Belg zo veel staakt is een vraag die onbeantwoord blijft. Behoort dit meer tot de onderhandelingscultuur? Is de procedure te soepel? Misbruiken de vakbonden het feit dat ze juridisch niet aansprakelijk gesteld kunnen worden? Ligt het syndicaal pluralisme aan de basis? Is er een verband tussen het hoog ledenaantal en de mobilisatiekracht van de vakbonden? Hebben de vakbonden ondervonden dat stakingen lonend zijn? Hebben de werkgevers in België minder aandacht voor preventie van stakingen? Er is geen hard materiaal die lineaire verbanden legt zodat we wel kunnen besluiten dat elke staking uniek en er één te veel is.

Ongewoon is de discussie die losbarste rond de staking "an sich". De pers was niet mals voor de vakbonden. We kunnen echt spreken van een polarisatie. De actie verdeelde de bevolking in twee groepen : de pro en de contra. Op Twitter en Facebook waren de meningsuitingen goed voor honderden berichten.  Het viel op dat de vakbonden niet goed aanwezig waren op de social media.

Roger Blanpain, de expert die de media op het toneel brengen voor straffe uitspraken, noemde tijdens een televisiedebat op Eén de staking illegaal, niet opportuun en schadelijk. Vooral het feit dat er nog onderhandeld werd tussen sociale actoren en regering geeft het recht niet om te staken aldus de professor.

Intussen werd ook bekend dat het Hof van Straatsburg oordeelde dat er niets mis is met de tussenkomst van de rechter om aggressieve stakingspiketten te verbieden.

Tijdens het weekeinde voor de staking schoven enkle politici opnieuw de idee naar voor van de indexsprong. Meteen gaven zij een legitimatie voor de staking.

De staking zelf was geen onverdeeld succes. "In alle vakbonden heerst twijfel over acties" blokletterde De Tijd. De mobilisatiekracht bleef in ieder geval beperkt tot de traditioneel militante industriële sectoren en vervoer. KMO's en dienstensectoren bleven gespaard. Een goed indicator is het feit dat er, volgens Randstad, 30% minder uitzendkrachten ingezet werden.

Het overleg is niet bij machte om grote problemen zoals het behoud of het herstel van de concurrentiekracht, de problematiek van het loopbaaneinde, de hervorming van de sociale zekerheid of de modernisering van de arbeidsmarkt aan te pakken. Wel is het bruikbaar voor de lopende zaken.
Tony Vandeputte, afgevaardigde bestuurder VBO, 2004.