Stakingen zijn altijd controversieel. Het stakingsrecht is dat ook. Een standpunt innemen in dit debat is varen in moeilijk water. Zelfs een analyse maken van de feiten kan scheef bekeken worden. Deze voorzichtigheidsinleiding lijkt me nodig om over het stakingsrecht een debat sine ira et studio op gang te brengen dat onvermijdelijk gevoerd zal worden.

Als vertrekpunt is het nodig stil te staan bij de rechtsbronnen. Het Belgisch positief stakingsrecht is een bonte verzameling van de internationale verdragen die grondrechten inhouden[2], de nationale wetten over het recht op vereniging, de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, en minimumprestaties regelen, de koninklijke besluiten die de brug werpen tussen staking en sociale zekerheid, de interprofessionele collectieve arbeidsovereenkomst nummer 108, de sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten over de stakingsaanzegging, en vooral de rechtsleer en de rechtspraak.

Kortom, “l’embarras du choix”.[3] Wat betekent dat? Minstens twee zaken.

Primo. Het stakingsrecht is een esoterisch speelterrein voor specialisten. Het is alsof een voetbalmatch plaats vindt waar alleen de scheidsrechter het reglement kent, de spelers de gewoonten en de gebruiken kennen en het publiek mag raden wat de spelregels zijn.[4] In de warme VIP-loge zitten de voorzitters van de clubs (lees de Groep van Tien) naar elkaar te staren omdat ze het niet eens geraken over de aanpassing van het reglement.

Secundo. We importeren het stakingsrecht. Op zich is dit niet noodzakelijk een probleem ware het niet dat het internationaal kader beperkt is tot principes die op nationaal niveau ingevuld moeten worden. Die invulling gebeurde door rechtsleer en rechtspraak zonder maatschappelijk debat.

Het resultaat is dat talrijke grijze zones om verduidelijking vragen. Enkele juridische feiten die mij blijven verwonderen dienen als leidraad voor mijn redenering.

We kunnen beginnen met de vele interprofessionele stakingen die ons land rijk is. Onder Michel I lijken ze op stakingen om de regering te doen vallen als men goed luistert naar de woorden van sommige syndicale leiders. Politieke stakingen dus. Dat is flagrant in contradictie met de onbetwiste consensus dat politieke stakingen niet onder het recht van stakingen vallen.

De Ryanair-staking (2018) ging in de eerste plaats om “de wet te doen naleven” terwijl de  staking per definitie een collectieve actie is om belangen te verdedigen. Men zou een discussie kunnen opstarten over het onderscheid tussen belangen en rechten indien men de class action wil openen voor vakbonden. Op die manier kunnen ze de subjectieve rechten van werknemers verdedigen zonder de onvermijdelijke schade van een staking voor het bedrijf, de klanten, de leveranciers en de onderaannemers.

De Avia Partnerstaking in oktober 2018 was voorafgegaan door een stakingsaanzegging in … januari. Niet alleen het gezond verstand maar ook internationale rechtsbronnen zeggen dat een stakingsaanzegging tijdsgebonden is. Wordt het geen tijd dat de sociale (gespreks)partners beter afspreken hoe ze ruzie moet maken?

De vakbonden van BPost riepen een paternosterstaking uit (2018). Vanuit juridisch standpunt bekeken onbegrijpelijk. De werknemers die niet kunnen werken als gevolg van de staking van enkele collega’s hebben ook geen recht op loon. Zij staken dus niet maar verliezen toch hun dagloon.

De loodsen van de Antwerpse haven staakten (2018) en blokkeerden 32 zeeschepen. Is de onevenredigheid tussen de eisen van de stakers en de schade voor derden aanvaardbaar? Is een vergelijking tussen de beschermde omgeving van stakers (vaste benoeming, monopolypositie) en de economische gevolgen voor niet betrokken partijen bespreekbaar? Moet men geen opening maken voor de discussie rond het misbruik van het stakingsrecht?

De FN-staking (2017) zette de werkgever onder druk om de loonnorm te overtreden. Was dit een aanzet tot een misdrijf? En stel dat er een cao gekomen zou zijn met een loonvoordeel van meer dan 1,1%, zouden de vakbonden dan medeplichtig geweest zijn aan een misdrijf?

ABVV trok naar rechtbank tegen een bedrijf dat interims inzet tijdens een staking (2018). Hoe verenig je het verbod om een staking te breken met uitzendkrachten met de vrijheid om niet te staken? Cao 108 dicteert een ongenuanceerd verbod voor zeer verschillende situaties. Moet men geen verschil maken tussen aangekondigde en spontane stakingen, tussen stakingen op initiatief van een kleine groep en stakingen gestemd door een overtuigende meerderheid van de werknemers van een onderneming, tussen interims die werkzaam waren voor een aanzegging en na een aanzegging?

Groen! lanceerde in 2016 de idee van de betaalstaking voor de werknemers van het spoor en vergat dat de staking beperkt is tot het neerleggen van het werk. Men kan niet een beetje staken. Er zijn geen 50 tinten van staken. Het is binair: staken of ter goeder trouw werken. Een “beetje staken” is een werkweigering. Ook een slow down of langzaamaanactie is werkweigering. Een andere conclusie klopt niet met de essentie van een staking, nl. de krachtverhouding tussen twee partijen die elk schade lijden die afwachten wie het langst volhoudt. De mogelijkheid geven om een collectieve actie op de werkvloer te voeren zonder loonverlies is een aanmoediging en dat kan niet de bedoeling zijn. De betaalstaking van treinbegeleiders komt daarenboven neer op een factuur voor de belastingbetaler.

Cipiers spannen de kroon. De eerste slachtoffers zijn de gedetineerden. Dan moet de politie inspringen. Als de staking samenvalt met een belangrijke voetbalmatch weet de politie niet wat die eerst moet doen: de veiligheid garanderen in de gevangenis of rondom het voetbalveld. Dan krijg je de situatie dat de politie wil staken tegen de staking van de cipiers.[5] Ook Justitie komt in verlegenheid en als die veroordeeld wordt tot schadevergoeding dan betaalt opnieuw de belastingbetaler. Noem dit gerust het prisoners dilemma 2.0.

Stakingsposten zijn het meest controversiële verschijnsel van stakingen. Blokkerende piketten lijken voor (te) veel mensen te behoren tot het stakingsrecht[6], quod non. Het stakingsrecht wordt in evenwicht gehouden door de vrijheid om niet te staken. Het is betreurenswaardig dat een redelijke partij beroep moet doen op de rechter via een veeleisende procedure om haar rechten te laten gelden die toch verzoenbaar zijn met het stakingsrecht.

Het arrest De Bruyne is vandaag de dag een evidentie geworden. Deze is wel aan revisie toe. In 1981 stelde Hof van Cassatie dat alle redenen en alle vormen van staking toegelaten zijn. Een rechter kan dus geen staking verbieden[7]. Eén van de gevolgen is dat stakers de conventionele regels inzake stakingsaanzegging en sociale vrede niet moeten naleven. Die regels verbinden aldus het Hof alleen de vakbonden die geen rechtspersoonlijkheid hebben. Het is dus onbegonnen werk om gebruik te maken van de mogelijkheid om in een cao de vakbonden aansprakelijk te stellen voor de naleving van een cao.[8] Deze disruptieve rechtspraak stelde de sociale partners in hun hemd. In cao nummer 5 betreffende de syndicale afvaardiging[9] kwamen zij overeen om een procedure in het leven te roepen die elke staking zou moeten voorafgaan. Dat betekende in de praktijk het uniek initiatiefrecht van de vakbonden om te staken.  Dit akkoord zag het levenslicht na de golf van “wilde stakingen” in de jaren ’60 en een (korte) periode dat representatieve werknemersorganisaties niet meer representatief leken te zijn.[10] M.a.w. cao nummer 5 gaf weer grip van de vakbonden op de achterban. Deze macht vult het exclusief recht van vakbonden aan om een cao te ondertekenen. Dit evenwicht is aan het wankelen gebracht door het Hof. Het kan enkel hersteld worden door een wet of een cao met normatieve bepalingen.

Verder kan men eens stil staan bij de modaliteiten van conflictoplossing. Ons model is gebaseerd op de verzoening en het akkoord onder partijen van een collectief conflict. Geen sprake van arbitrage wel van bemiddeling. Normaal gezien moet de bemiddelaar onpartijdig zijn. Is dan het normaal dat de leden van het verzoeningsbureau ook woordvoerders zijn van de federatie en de centrales bij de werkgever resp. de lokale syndicale delegatie lid zijn? Leidt dit niet tot een rollenconflict? De huidige situatie heeft als resultaat dat het verzoeningsbureau eigenlijk een onderhandelingsbureau is waar nieuwe woordvoerders die een minder nauw contact hebben met de realiteit van de werkvloer verder onderhandelen. Is dat een reden waarom er geen officiële cijfers zijn over het aantal verzoeningsvergaderingen, met of zonder succesvolle afsluiting?[11]

Deze juridische feiten spelen zich af tegen de achtergrond dat België inzake de stakingsfrequentie in Champions League speelt. Ons land zit in de top 3 van de landen met het hoogst aantal stakingsdagen per 1.000 werknemers.[12] De mobilisatie van werknemers is dubbel zo groot in Wallonië als in Vlaanderen.[13] De tolerantie van de burger ten opzichte van stakingen is niet meer evident.[14]

Er nood is aan een breed, alomvattend maatschappelijk debat over het stakingsrecht. Dat kan door een samenspel tussen de sociale partners en het parlement waar andere belanghebbende partijen vertegenwoordigd zijn. Een tijd lang mocht men de hoop koesteren dat de commissie sociale zaken van de Kamer van Volksvertegenwoordigers in mei 2016 de aanloop zou zijn. De output van de discussies bleef beperkt tot de wet  van 29 november 2017 betreffende de continuïteit van de dienstverlening inzake personenvervoer per spoor in geval van staking. Wanneer biedt zich een nieuwe kans aan voor een genuanceerd debat?

 

Manou Doutrepont

Januari 2019.



[1] De publicatie van mijn boek ‘Werk en Staking’ is de aanleiding van dit artikel. Mijn dank gaat uit naar de uitgever Larcier die me de kans gaf een eigenzinnige analyse over stakingen en stakingsrecht te publiceren.

[2] Met name de verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie, het ECOSOC-Verdrag,  artikel 6 van het Herziene Europees Sociaal Handvest, artikel 11 van het Europees Verdrag inzake de Rechten van de Mens en artikel 13 van het Gemeenschapshandvest van de sociale grondrechten en artikel 28 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie.

[3] P.HUMBLET, Een kwarteeuw staking en uitsluiting: ideeën,  in P. HUMBLET en I. VAN DE WOESTEYNE, (eds.), Sociaal en fiscaal recht: voor elck wat wils, Reeks Gandaius - Postuniversitaire cyclus Willy Delva nr. 39, Mechelen, Kluwer, 2013, 488.

[4] Met dat verschil dat de scheidsrechter in België niet mag fluiten. Zie verder.

[5] “Politievakbond dreigt met acties als cipiers staken” Het Laatste Nieuws 17 april 2012.

[6] Cfr. De beruchte uitspraak van een vakbondsmilitant “Sommige mensen denken dat ze kost wat kost mogen gaan werken.” De Standaard 8 december 2014.

[7] Tenzij er sprake is van een politieke staking.

[8] Artikel 4 cao-wet.

[9] Naast de wet van 1968 de moedertekst van ons sociaal overleg.

[10] Vandaele, K., Disciplinering, decentralisatie en staatsinmenging en tertialisering. De stakingsevolutie in België na 1970, in Devos, C. en Humblet, P., Arbeid vs. Kapitaal. Een kwarteeuw staking(srecht). Gent, Academia Press, 2007.

[11] Naar verluid zijn er zo wat 500 verzoeningsvergaderingen per jaar. Dat is zeer waarschijnlijk minder dan het aantal stakingen. Maar niemand kent de succesratio.

[12] Strikes - Map of Europe. https://www.etui.org/Services/Strikes-Map-of-Europe. Buiten deze cijfers heeft niemand buiten de vakbonden een helikopterzicht van de stakingen in België.

[13] La carte du chômage en Belgique: la frontière linguistique est-elle aussi celle du travail?   https://www.rtbf.be/info/belgique/detail_la-carte-du-chomage-en-belgique-la-frontiere-linguistique-est-elle-aussi-celle-du-travail-taux-par-commune?id=10008762&utm_source=rtbfinfo&utm_campaign=social_share&utm_medium=twitter_share

[14] Swynegedouw, M., Abts, K. en Meuleman, B., Houdingen tegenover vakbonden en stakingsrecht in 2014. Analyse op basis van de postelectorale verkiezingsonderzoek 2014. https://www.google.com/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd=1&ved=2ahUKEwj2_vTjiabdAhVxMewKHZPMBTAQFjAAegQIAhAC&url=https%3A%2F%2Fsoc.kuleuven.be%2Fceso%2Fispo%2Ffiles%2Frapport-vakbonden&usg=AOvVaw0nb98FywSS-Xh9qiI0phw0.

Als de goedkope werknemer niet naar de werkgever komt, dan gaat de werkgever wel naar het land van de werknemer.
Neelie Kroes