Door Patrick Humblet

 

We gaan hier in op de regeringsplannen om het stakingsrecht bij de NMBS in te perken en een arrest van het Grondwettelijk Hof op 18 mei (64/2017).

 

De rode en groene bonden hebben tot nu toe nauwelijks gereageerd op de ingreep op  het stakingsrecht van de twee kleine spoororganisaties, OVS en ASTB. Maar nu, na een jaar sociale vrede, kunnen er stakingsacties komen na de examens. Het kan een ‘hete zomer’ worden.

 

De media behandelde het arrest van het Grondwettelijk Hof als een fait divers en had geen aandacht voor de golfeffecten voor de privé sector.

 

 

 

Waarover gaat het?

 

In 2016 kwam een wet “houdende diverse bepalingen inzake spoorwegen” tot stand. Hierdoor kregen bij NMBS de zogenaamde “aangenomen” werknemersorganisaties een tweederangs statuut t.o.v. de representatieve en de erkende organisaties. OVS en ASTB die vooral onder machinisten rekruteren, mogen – in tegenstelling tot ACOD-spoor en ACV- Transcom - niet langer een stakingsaanzegging indienen en niet deelnemen aan de sociale verkiezingen die door NMBS in 2018 worden ingericht. Deze verschillende behandeling werd aangevochten voor het Grondwettelijk Hof. Dit heeft zich nu uitgesproken over de schorsing van een artikel van de voormelde wet. Uiteraard zal later nog een uitspraak ten gronde volgen maar de kans is groot dat deze in dezelfde lijn zal liggen als het schorsingsarrest.

 

Het Hof vertrekt van de vaststelling dat de overheid beperkingen kan opleggen aan het stakingsrecht, maar dan wel een legitieme doelstelling moet hebben. Door bepaalde organisaties uit te sluiten van de mogelijkheid om een actie aan te zeggen en overleg te plegen, begaat ze een inbreuk op de vrijheid van vereniging en op het recht op collectief onderhandelen. Men mag aan organisaties die aan bepaalde voorwaarden voldoen weliswaar een voorrangsbehandeling geven maar nu wordt aan de aangenomen organisaties een recht ontnomen dat behoort tot de essentie van de vakbondsvrijheid. Ook wat de deelname aan de sociale verkiezingen betreft, is het standpunt vrij duidelijk. Het Hof toont geen begrip voor het feit dat onder de huidige regeling een representatieve organisatie die weinig leden heeft kandidatenlijsten kan indienen maar een niet-representatieve organisatie met veel leden dit niet kan.

 

Wat nu?

 

Dit arrest komt niet geheel onverwacht. De afdeling wetgeving van de Raad van State was bij de totstandkoming van de wet van 2016 zeer kritisch. De argumenten werden echter weggewuifd door de regering.

 

Wat de sociale verkiezingen betreft, stelt er zich op korte termijn geen probleem. Deze zijn voor NMBS toch maar in 2018 gepland. Indien het Hof zich in de procedure ten gronde in dezelfde zin uitspreekt als in de schorsingsprocedure zal men de corporatistische bonden dus niet kunnen uitsluiten. Collateral damage is mogelijk. Zal dit voor de regering immers geen alibi bieden om de “echte” sociale verkiezingen in de particuliere sector open te breken? Men zou deze wel eens kunnen openstellen voor huislijsten naar Nederlands model in de hoop de positie van de klassieke vakbonden te ondergraven.

 

Wat de staking betreft, komt het arrest op een vrij slecht moment. Ook de kleine organisaties kunnen de procedure om te staken opstarten. Dit interfereert met het op stapel staande “wetsontwerp tot het garanderen van de dienstverlening van het personenvervoer in geval van staking”. De voltallige ministerraad zal zich weliswaar maar begin juni over de tekst buigen maar de essentie ervan is reeds via de pers uitgelekt.

 

De regering wil werken volgens het 8-4-1 principe. Een staking moet acht werkdagen vooraf worden aangezegd. De werknemers moeten ten laatste vier werkdagen voor de staking meedelen of ze al of niet zullen komen werken. Op deze wijze kan de directie van NMBS inschatten welke lijnen ze kunnen laten rijden. De reiziger zal één dag op voorhand op de hoogte worden gebracht van de aangepaste dienstregeling. Er is ook een stok achter de deur. Wie zich niet houdt aan de regels (bv. niet werken als men had verklaard dit wel te doen of wel werken als men van plan was om te staken) krijgt een tuchtsanctie en een negatieve vermelding in het personeelsdossier wat op termijn kan leiden tot een ontslag.

 

De wet m.b.t. de gegarandeerde dienstverlening bouwt voort op de wet van 2016. Er rijden nauwelijks treinen wanneer OVS en ASTB , die een groot deel van de treinbestuurder groeperen, (vaak ongecontroleerd) actie voeren. Als al het andere personeel dan wel komt werken, moet dit worden betaald. Gevolg: miljoenenverlies voor NMBS en druk op de politieke ketel. Dit kan ertoe leiden dat de regering op zoek zal gaan naar andere scenario’s.

 

Zij heeft immers beloofd de treinen te laten rijden tijdens vakbondsacties wat nu bijna een illusie is. De kans is dan ook reëel dat men in plaats van een regeling voor gewaarborgde dienstverlening zal overstappen op minimale dienstverlening of zelfs opeisingen. Uiteraard kan dit alles voor (internationale) rechtbanken worden aangevochten maar dat neemt tijd in beslag.

Een directie betrekt de vakbondsafgevaardigden bij een toekomstverkenning. Wat daagt ons uit, wat maakt ons onderscheidend, hoe kunnen we ons zo organiseren dat mensen dit met volle goesting blijven doen?
Opinie CEO’s De Tijd 22 juni 2016