In vele bediendesectoren is de bevoegdheid van de vakbondsafvaardiging beperkt tot het "gebaremiseerd" personeel. Recente rechtspraak zet dit principe op de helling.

 Het is geweten dat het toepassingsgebied van sectorale cao's met betrekking tot de vakbondsafvaardiging voor bedienden niet van toepassing is op de bedienden wiens functie niet beschreven staat in de sectorale functieclassificatie. Men spreekt van "niet-gebaremiseerd personeel", een categorie van bedienden waaronder de kaderleden vallen. Dat is niet alleen het geval van het ANPCB maar ook van vele industriesectoren. In sommige sectoren worden de kaderleden bovendien ook uitgesloten uit het toepassingsgebied van cao's met loon- en arbeidsvoorwaarden.

In 2002 verscheen het boek "C.A.O.'s en een vakbondsafvaardiging voor alle bedienden", geschreven door Jan Buelens in opdracht van ACLVB, BBT en LBC-NVK. Het was een aanklacht tegen deze situatie, maar die veroorzaakte niet veel beweging.

Nu is er een verandering. In een arrest van 5 september 2014 oordeelde het Arbeidshof van Mons dat dit onderscheid een discriminatie inhoudt. Zo meldt de CNE op zijn website.

Zet dit arrest de gelijkluidende sectorale cao's betreffende de vakbondsafvaardiging op losse schroeven? Dat is nog niet zeker, want de ene jurisdictie kan de andere nog tegenspreken. Algemeen besluiten dat cao's die kaderleden uitsluiten onwettelijk zijn is voorbarig. Misschien zijn nog niet alle argumenten uitgeput. Juristen zullen de tekst van het arrest  helemaal uitpluizen en misschien vinden zij nog nuances.

In afwachting daarvan toch één vraag: is het niet eigenaardig dat een vakbond, in casu CSC en CNE, naar de rechtbank stapt tegen de werkgever en twee andere vakbonden (FGTB en CGSLB) om een cao die ze zelf onderhandeld en ondertekend heeft (in het PC voor bedienden van de metaalbouw  in vraag te stellen? Het betreft bovendien ook nog eens cao's die de Minister van Werk (destijds) algemeen verbindend heeft verklaard. Als voorbeeld van juridisering van het sociaal overleg kan dat wel tellen. Het ondermijnt het vertrouwen dat nodig is voor een degelijk sociaal overleg.

Verontrustend is de laconieke redenering van de rechter die stelt dat niets in de weg staat dat een ondertekende partij van een cao de geldigheid van die cao kan contesteren. Het is nochtans een algemeen rechtsbeginsel dat je geen beroep mag doen op je eigen fout om een akkoord te betwisten (het principe van "nemo auditur propriam turpitudinem").

De syndicale vorming bedraagt 2% van de arbeidstijd van een militant.

M.D.