Stel

(a) dat in een onderneming de meriteverhogingen toegekend worden op voorwaarde dat minstens 60% van de arbeidstijd besteed  wordt aan "werkactiviteiten", en

(b) dat een personeelsafgevaardigde 70% van zijn tijd gebruikte als “nodige tijd” voor vakbondsactiviteiten, en

(c) dat op die basis de werkgever een personeelsafgevaardigde zijn merite niet toekent.

In dat geval, zo stelt het Hof van Cassatie, leiden de toepassing van het criterium omwille van de syndicale activiteiten  en dus het niet toekennen van de merite tot een nadeel van de personeelsafgevaardigde. En dat is strijdig met het principe van niet discriminatie van werknemervertegenwoordigers.

Dit besluit van het Hof van Cassatie moet evenwel gelezen worden in de context dat de werkgever nooit een probleem heeft gemaakt van de omvang van het gebruik van het recht op "de nodige tijd".

De volledige tekst van het arrest van hetHof van Cassatie van 15 oktober 2012.