Sociale communicatie is de rechtstreekse communicatie van de werkgever over de arbeidsverhouding die hij heeft met zijn werknemer. De vakbonden contesteren soms de sociale communicatie door de werkgever. Zij beschouwen zich als de spreekbuis van de mensen op de werkvloer. Dat laatste is juist, maar zij hebben niet het monopolie.

Een plicht
De wet op de arbeidsovereenkomsten is duidelijk. De werkgever moet een goed huisvader zijn voor de werknemers. Kent u een vader die niet praat met zijn kinderen? Misschien wel, maar die zal wel geen voorbeeld zijn.

CAO nummer 5 met betrekking tot de syndicale delegatie en de wet van 1948 op de ondernemingsraden zijn gebaseerd op de erkenning van het gezag van de werkgever door de vakbonden. Het gezag wordt uitgeoefend door de hiërarchische lijn.

Er is dus nergens in ons systeem een bepaling die stelt dat communicatie in onderaanneming aan de vakbonden gegeven wordt. Men kan zich zo'n systeem indenken, maar in België is dat niet het geval.

De werkgever mag en moet rechtstreeks communiceren, en niet alleen om het werk te organiseren, maar over alle aangelegenheden van de arbeidsgemeenschap. Zo kan hij beslissen om de werknemers in te lichten over het verloop van onderhandelingen.

Visie
Het is wel aangeraden dat te doen binnen de visie dat de rechtstreekse communicatie naar alle personeelsleden toe correct, vrij en open moet zijn.

Als de vakbondskaders dezelfde visie delen om hun achterban te informeren kan er geen probleem zijn.

Parrallel
De vakbonden hebben recht op informatie. Ze mogen vragen om als eerste geïnformeerd te zijn. Ze mogen duidelijkheid en volledigheid eisen. Tot hier geen probleem.

Dat recht is geen exclusiviteit. Want niemand heeft het monopolie van de communicatie. De werkgever die zelf en rechtstreeks communiceert negeert de rechten van de leden van de overlegorganen niet.

Samen communiceren
Bij wijze van voorbeeld het volgend advies: wanneer werkgever en vakbonden een akkoord sluiten bespreken zij in het beste geval de manier waarop de werknemers geïnformeerd zullen worden. Idealiter gaan beide partijen het akkoord voorstellen. Dit geeft het signaal dat het akkoord gesloten is door twee partijen en niet gedikteerd werd. Bovendien is de communicatie transparant en onmiddellijk gecontroleerd. In geval van een duidelijk akkoord zal dit geen problemen geven. Uiteraard krijgen de delegees nadien de gelegenheid om te consulteren.