www.socialedialoog.be - De sociale dialoog in Europa

De European Company Survey 2009 brengt de sociale dialoog in Europa in kaart.

De European Company Survey, kortweg de ECS, is de bedrijfsenquête van Eurofound – een tripartiet EU-agentschap dat expertise biedt op het terrein van leef- en arbeidsomstandigheden en arbeidsverhoudingen. Tot op heden werd de ECS twee maal georganiseerd, in 2005 en in 2009. Het ECS rapport bundelt informatie uit 27 Europese lidstaten en 3 kandidaat lidstaten. De ECS omvat interviews met managers en werknemersvertegenwoordigers in meer dan 27.000 bedrijven, zowel in de publieke als in de private sector.

Inhoudelijk focust de ECS op flexibiliteitstrategieën en de sociale dialoog. Wat dit laatste thema aangaat, onderzoekt men de algemene structuren en praktijken van werknemersparticipatie, de gangbare procedures, de beschikbare middelen en de impact van de sociale dialoog op beslissingen in bedrijven.

De ECS omschrijft de sociale dialoog als ‘processen van industriële relaties waarin erkende werknemersvertegenwoordigers betrokken zijn bij de besluitvorming met betrekking tot de arbeidsverhoudingen’. Die betrokkenheid kan beperkt zijn tot geïnformeerd worden door het management, of kan zich uitstrekken tot overleg, onderhandelingen of gezamenlijke besluitvorming.

Europees wijd hebben ongeveer 37% van de bedrijven een institutionele vorm van werknemersvertegenwoordiging, al dan niet in de vorm van een vakbondsvertegenwoordiging. Dit is goed voor een dekkingsgraad van 60% van de werknemers. De ECS-data onthult evenwel grote verschillen tussen de landen, die ruwweg in vier groepen op te delen zijn. België behoort samen met Frankrijk, Luxemburg, en Spanje tot de groep landen waarin werknemersvertegenwoordiging een vrij algemeen verspreide zaak is. Enkel in de Scandinavische landen worden werknemers meer verspreid vertegenwoordigd. Landen als het Verenigd Koninkrijk en de meeste nieuwe EU-lidstaten behoren tot de groep met een lage mate van werknemersvertegenwoordiging. In Griekenland en Portugal komt een institutionele vorm van werknemersvertegenwoordiging nog minder voor.

In meer dan 80% van de Belgische vestigingen geniet men van een institutionele vorm van werknemersvertegenwoordiging. Wat daarbij opvalt, is dat het voorkomen daarbij niet sterk afhangt van de sector waarin men werkt. In landen als Bulgarije, Duitsland, Roemenië en Slowakije is vooral de vertegenwoordigingsgraad in de publieke sector erg hoog. Wel geld in België, net zoals in andere landen, de regel dat de kans op een werknemersafvaardiging stijgt met de grootte van de vestiging.
Voor een goed functioneren van de werknemersvertegenwoordiging zijn middelen nodig. Om een impact te hebben en in staat zijn tot het aangaan van discussies met het management wordt de volgende 'driehoek' van middelen als noodzakelijk gezien: informatie, training en tijd. Wat het eerste aspect betreft, presteert België goed: 85% van de vertegenwoordigers krijgt minstens jaarlijks de broodnodige informatie van het management. In bijvoorbeeld Portugal is dit slechts 40%. Ook wat opleiding aangaat, staan we bovenaan: 85% van de werknemersvertegenwoordigers krijgt minstens jaarlijks een opleiding aan geboden (enkel in Finland is dit meer). Wat de beschikbare vrije tijd voor werknemersvertegenwoordigers betreft, situeren we ons net onder het EU gemiddelde: 15% van de Belgische werknemersvertegenwoordigers ontvangt geen enkele vorm van vrijgestelde tijd.

Loononderhandelingen zijn de meest voorkomende vorm van sociale dialoog. Meer dan twee op drie werknemers in de EU (69%) is dan ook gedekt door een collectieve arbeidsovereenkomst over het loon. In België is dit volgens de ECS-data 86%, wat onder meer te verklaren is door de sterke centralisatie van het sociaal overleg. Net zoals in de meeste ‘oude’ EU-lidstaten verloopt de sociale dialoog over lonen bij ons meestal op een hoger niveau dan in het bedrijf.

In de ECS wordt enkel aan werknemersvertegenwoordigers, en dus niet aan het management, een reeks vragen gesteld over collectieve acties. De ECS-data hieromtrent zijn dus beperkt tot bedrijven waarin werknemersvertegenwoordigers aanwezig zijn. Het voorkomen van werknemersvertegenwoordiging verschilt echter sterk per land. Daarnaast spelen ook periode effecten of grote crisissen in deze meting een rol. Door de ECS wordt in België een hoge mate van sociale actie en stakingsactiviteiten gemeten. Wanneer we enkel de cijfers voor stakingen in lokale conflicten bekijken, springt België er zelfs helemaal bovenuit (samen met Italië). Rekening houdend moet de voorgaande opmerkingen moeten we deze cijfers echter relativeren.

Ten slotte rangschikt de ECS de landen volgens de mate waarin werknemersvertegenwoordigers en managers de sociale dialoog steunen. In België is meer dan 70% van de managers het eens met de stelling dat een werknemersvertegenwoordiging positieve effecten heeft op de prestaties op de werkvloer (tegenover 60% gemiddeld). Een even groot aandeel geeft daarbij aan bij voorkeur zo direct mogelijk contact te hebben; liefst op het niveau van de vestiging. Langs de werknemerszijde steunt 84% de sociale dialoog (tegenover 80% gemiddeld).

Feedback of bedenkingen bij deze bijdrage zijn steeds welkom: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

 Zie ook Carte des systèmes nationaux de relations professionnelles en Europe