www.socialedialoog.be - Anciënniteitsbarema's: de rol van de overheid

Hogere lonen voor oudere werknemers is een determinerende factor voor hun werkzaamheidsgraad. De anciënniteitsbarema's zijn daarom een ongewenste vorm van verloning. Ze afschaffen is echt geen eenvoudige zaak. Het is wel goed dat de sociale partners uit hun comfortzone gehaald worden om daar iets aan te doen.

De loonvorming op anciënniteit is een remmende factor voor de werkzaamheidsgraad van oudere werknemers. Andreas TIRES publiceerde interessante cijfers met de evolutie van loon volgens leeftijd in meerdere landen en concludeert daaruit dat er een waarschijnlijk oorzakelijk verband is tussen anciënniteitsbarema's en tewerkstelling.* 

Het argument van de werkzaamheidsgraad versterkt het argument dat het vandaag de dag nog moeilijk uit te leggen is waarom oudere werknemers voor hetzelfde werk meer moeten verdienen dan hun jongere collega.

Het wordt stilaan tijd voor een ander beloningssysteem.

Het is niet de taak van de wetgever om rechtstreeks in te grijpen in de loongebouwen die gefundeerd zijn  op anciënniteit (of loopbaan). Lonen zijn de core-business van het sociaal overleg.

Toch mag (moet?) de overheid tussen komen in de autonomie van de sociale partners wanneer de sociale akkoorden goed zijn voor insiders maar minder goed voor outsiders, wat hier het geval is.

Grafiek: Werkgelegenheidsgraad van 55-64-jarige werknemers en loonspanning

loonspanning jong-oud tewerkstelling

Bron: NBB

Autonomie vs. bewaking van het algemeen belang, hoe kunnen die twee principes verzoend worden?

De overheid kan best haar rol beperken tot een omkadering van het loonoverleg om zo de sociale partners richting te geven. Daar bestaan instrumenten voor.

  1. De loonnormwet van 1996 kan zo aangepast worden dat (a) de loonmarge automatisch verminderd  wordt met de kost van de toepassing van de barema's en (b) de toepassing van de barema's niet meer gewaarborgd wordt.
  2. De wetgever kan een rubriek aan de sociale balans toevoegen die de loonspanning voor eenzelfde functie kenbaar maakt.
  3. De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven kan de opdracht krijgen om in het jaarlijks competitiviteitsrapport een inventaris te maken van de anciënniteitsbarema's. Desnoods kan de taak toegewezen worden aan de Nationale Bank. (Eigenlijk zou het initiatief moeten komen van  de FOD WASO). Dat zou de geesten wakker houden. (Inspiratie kan gevonden worden in Nederland waar de administratie jaarlijks een rapportage over de cao-afspraken opstelt.
  4. De Koning kan een beleid ontwikkelen rond de algemeen verbindend verklaring (AVV) van de sectorale anciënniteitsbarema's. De criteria voor deze AVV zouden kunnen zijn: (a) de maximum spanning tussen de hoogste en laagste lonen van elke looncategorie, (b) het maximum aantal annuïteiten, (c) de duur van dergelijke cao's. Wanneer een sector een ander systeem vastlegt in een cao vervallen die voorwaarden. De minister zal zich natuurlijk niet om de tuin laten leiden door samenloop van meerdere cao's die elk op zich geen probleem zouden vormen.
  5. Om kracht te zetten achter dit AVV-beleid is de aanpassing van de cao-wet nodig: (a) sectorale cao's die niet algemeen verbindend verklaard zijn moeten een trapje lager in de hiërarchie van de rechtsbronnen, (b) de werking van cao's van bepaalde duur na vervaldatum wordt beperkt tot 2 jaren.
  6. Verder kan de overheid werk maken van het verspreiden van informatie over dit onderwerp aan de hand van het advies over het verband tussen loon en anciënniteit van de Hoger Raad voor Werkgelegenheid .
  7. De overheid zou een voorbeeld kunnen geven door in te grijpen in de barema's voor ambtenaren.

Zo kan de Regering de sociale partners aanzetten tot creativiteit zonder in hun plaats te komen. Die kunnen overgaan tot barema's met een evolutie in functie van de anciënniteit in een functie, en niet in een onderneming.

Barema's met een hoog aantal annuïteiten in functie van het aantal loopbaanjaren zijn gelijk aan leeftijdsbarema's waarbij de leeftijd +/- verminderd wordt met 21. Het probleem is alleen nog erger als een aantal jaren van niet-arbeid gelijkgesteld wordt met actieve jaren. Dergelijke cao's moeten aan de schandpaal.

Het zijn vooral de bediendesectoren die zich zullen moeten aanpassen.

Grafiek: Brutoloon volgens statuut arbeiders-bedienden

loonspanning jong-oud arb bed

Bron: NBB

Indien noch de sociale partners noch de uitvoerende macht het initiatief nemen, zullen alle actoren vroeg of laat geconfronteerd worden met de rechterlijke macht. Het is alleen een kwestie van tijd dat een rechter een anciënniteitsbarema zal gelijkstellen met een leeftijdsbarema. Dan zal de feitelijke discriminatie niet meer betwist kunnen worden. Een gekend verhaal.

----------------------

* De studie van Andreas TIREZ moet wel met enige voorzichtigheid opgevat worden. M.i. is er een gebrek aan nuances en kritische vragen. We sommen er een paar op: (1) kan de stelling bevestigd worden zowel voor arbeiders als voor bedienden? (2) is er een waarneembaar verschil volgens de loonhoogte? (3) is het denkbaar dat de inactivering van de oudere lager gekwalificeerde werknemers groter is dan bij de hogere gekwalificeerde (en dus beter betaalde) werknemers waardoor het gemiddeld loon van oudere werknemers hoger komt te liggen? Maar voor een goed begrip, deze technische vragen veranderen niets aan de onderliggende vraag of het wel correct is dat voor gelijk werk oudere werknemers of werknemers met een hogere anciënniteit meer verdienen dan jongeren.

---------------------

(voor wie verder wil grasduinen over dit onderwerp op deze blog: tik "barema" in de balk met de zoekfunctie)

De conservatiefste reacties krijg ik van hr-mensen. Zij zijn vaak degenen die nog het meest vasthouden aan de structuren, hiërarchische lagen en functieomschrijvingen.
Peter Hinssen (De Tijd 23-05-2015)