Het jaarverslag 2017 van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid (HRW) analyseert de tijdsgebonden loonspanning van werknemers, dit is de loonverschillen die toenemen per anciënniteit of leeftijd. Een cijfer dat in het oog springt is de loonspanning tussen jongere en oudere hooggeschoolde werknemers.


Het jaarverslag toont drie interessante grafieken:

  • De eerste toont aan dat die loonspanning vooral toeneemt boven de 50 jaar.
  • De tweede grafiek illustreert dat de loonspanning de laatste jaren is toegenomen.
  • De derde bewijst ons vermoeden dat de loonspanning een nog groter vraagstuk is bij de oudere hooggeschoolde werknemers.

De toename van loonspanning boven de 50 jaar blijft verwonderen. Het ontbreken van een plafond is op geen enkele manier economisch te verantwoorden. Samen met de vergrijzing van de beroepsbevoling veroorzaakt dit een macro-economische loondrift. Maar die m.i. nog niet berekend.

Waarom de loonspanning jaar na jaar toeneemt is niet duidelijk. Zou er een verband bestaan met de iets hogere leeftijd om de arbeidsmarkt te verlaten?

De laatste grafiek toont trekt de aandacht naar de loonvorming van de  hooggeschoolde werknemers. In deze categorie is de loonspanning tussen jongere en oudere nog groter. Een reden zou kunnen zijn dat hooggeschoolden meer promoties genieten dan lager geschoolden en het vraagt nu eenmaal anciënniteit of (leef)tijd om op de ladder te klimmen. Jammer genoeg kunnen we daar nog niet te veel conclusies uit halen omdat de HRW niet beschikt over de loonspanning in dezelfde functie. De gemeten spanning zal dus een combinatie zijn van tijdsgebonden en de functiegebonden loonspanning.

Merkwaardig is dat die lonen niet geregeld zijn door het collectief overleg maar wel door "de arbeidsmarkt". Die staat niet gelijk met een onzichtbare hand. Consultancybedrijven sturen de werkgevers met analyses van de gangbare en vergelijkbare lonen. M.a.w. de lonen worden gestuurd door een benchmark ingedeeld in functies, sectoren, anciënniteit, bedrijfsgrootte en regio. Zij consolideren dus de bestaande verschillen. Dit is geen beleid maar  consolidatie van de huidige situatie om het woord conservatisme niet te gebruiken. Vanuit die hoek moeten we dus geen verandering verwachten.

 

 

Men kan niet tezelfdertijd de hoogste lonen genieten, de beste sociale zekerheid genieten en de kortste loopbaan verlangen.
Frank Vandenbroucke, 2005.