De vormingsinspanningen meten is geen sinecure. Vooral als de verschillende statistieken elkaar eerder tegenspreken dan aanvullen.

 

Om de inspanningean inzake permanente vorming van werknemers in de EU-landen te monitoren kunnen we beroep doen op een drietal Europees geharmoniseerde bronnen: de Continuing Vocational Training Survey (CVTS), de European Working Conditions Survey (EWCS) en de Labour Force Survey (LFS).

Elk van deze surveys heeft haar eigen opzet en methodologie, wat zich ook vertaalt naar globale niveauversachillen in de cijfers. Opvallender is echter dat ook de onderlinge positie van de EU-landen op het vlak van opleidingsparticipatie bij werknemers sterk verschilt, afhankelijk van de bron.

Het een en ander blijkt uit een artikel van Wouter Vanderbiesen.

De auteur had o.i. zijn studie kunnen verfijnen aan de hand van nog andere enquêtes, zoals de European Company Survey,

De studie Arbeidskosten, loonsubsidies, arbeidsproductiviteit en opleidingsinspanningen van ondernemingen levert ook verhelderend materiaal over de vormingsinspanningen in de ondernemingen. 

De conservatiefste reacties krijg ik van hr-mensen. Zij zijn vaak degenen die nog het meest vasthouden aan de structuren, hiërarchische lagen en functieomschrijvingen.
Peter Hinssen (De Tijd 23-05-2015)