Door Paul Soete

De sluiting van Renault Vilvoorde in 1997 was de aanleiding voor de wet-Renault over de rechten van werknemers bij een herstructurering. De wet is aan herstructurering toe. Ook waarom bedrijfssites zo lang leeg of amper bezet achterblijven, verdient aandacht in het debat.

 

Een sluiting en een herstructurering zijn totaal verschillend. Een sluiting is een begrafenis, het einde van een activiteit, ook het einde van een werkgemeenschap. De wettelijke omkadering, de begeleiding en de actoren zouden moeten verschillen van die van een herstructurering. Die heeft meer weg van een chirurgische ingreep, ook als dat een amputatie is.

Vakbonden hebben de neiging beide situaties over dezelfde kam te scheren. Het gaat immers telkens om jobverlies. Pijnlijk voor elke betrokkene, maar dat geldt ook voor individueel ontslag. Misschien is dat zelfs pijnlijker, want het motief is gepersonaliseerd. De betrokkene kan er een schuldgevoel aan overhouden. Bij een collectieve afdanking is dat meestal uitgesloten.

Zware herstructureringen gaan altijd gepaard met politieke reacties en tussenkomsten. In het beste geval blijft het bij intenties en voorstellen van reglementering. Bij elke zware herstructurering worden wetsvoorstellen gelanceerd, gaande van onteigening tot de verplichte terugbetaling van subsidies, via systemen van alarmbellen en tussenkomsten van experten. In het slechtste geval leiden herstructureringen tot geïmproviseerde reglementering. In alle gevallen steunen voorstellen op emotie en een gebrek aan realiteitszin.

De wet-Renault is daar een perfect voorbeeld van, al werd ze voorafgegaan door heel wat overleg tussen de sociale partners. Haar belangrijkste effect is het 'juridiseren' van sluitingen en herstructureringen. Het begeleiden van deze operaties werd van het bedrijfsterrein weggehaald en verplaatst naar rechtbanken. De focus is het respect van de wet. Want anders dreigen juridische sancties. De sociale problematiek, de mogelijke sociale onrust en het lot van de blijvende werknemers zijn niet prioritair, wel dat alles volgens het boekje verloopt.

Wat niet betekent dat er geen positieve aspecten zijn aan de wet, zoals de informatieplicht tegenover het personeel. Maar wat is dat voor hypocriete bedoening, doordat de intentie om ontslagen door te voeren, op straffe van sanctie, voorbehouden is voor de ondernemingsraad. Ook hoe sommige advocatenkantoren de wet zo voorzichtig mogelijk interpreteren is tergend. Daardoor krijgt de aankondiging, voorafgegaan door een absolute zwijgplicht, dikwijls een nog brutaler karakter.

Nog nooit is een aankondiging van een intentie tot sluiting van de werkplek van honderden of duizenden werknemers niet uitgevoerd. Op het doodvonnis volgt nooit gratieverlening. Dat ligt anders bij herstructureringen. Daar wordt over de aantallen regelmatig gas teruggenomen.

Vooral voor herstructureringen is de wet-Renault contraproductief. Te veel energie kruipt in het respecteren van de formaliteiten. De eerste fase (informatie en consultatie) wordt veelal overbodig lang gerekt, wat de kansen van de betrokkenen vermindert, omdat die tijd nooit besteed wordt om hun toekomst voor te bereiden. Het komt neer op een uitputtingsslag, met ellenlange vragenlijsten. In het beste geval gloort een bevrijdende zak geld aan de horizon. Pas veel later komt de outplacementbegeleiding.

De te lange en rekbare duur van de eerste fase en de te lange duur van het hele proces (gemiddeld drie maanden, soms een jaar) is een knelpunt, en een aanpassing dringt zich op. Een rechter in kortgeding een bepaalde beslissingsmacht geven lijkt geen slecht idee.

 

Grafiek: duur van de informatie- en consultatie bij herstructureringen (2017)

duur procedure renault 2017

Bron: FOD WASO.

 

Slechte reclame

Vergeet ook niet dat de wet-Renault een extra laag heeft gelegd op een bestaand arsenaal wetten, KB's en cao's voor collectief ontslag, sluiting en herstructurering. Zonder dat de globale architectuur in het oog werd gehouden. Dat hele arsenaal is verouderd. Het dateert nog uit de tijd van korte opzegtermijnen en van een zwakke arbeidsmarkt. De reïntegratie op de arbeidsmarkt komt amper aan bod. Dat is toch het minste dat men zou kunnen rechttrekken.

Volgens de OESO, de club van rijke landen, heeft ons land met de wet-Renault de meest rigide reglementering voor collectief ontslag. Maar ze leidt niet tot minder herstructureringen of sluitingen, of meer succesvolle transformaties. Het is eerder slechte reclame voor het aantrekken van nieuwe investeringen.

 

Grafiek: Europese vergelijking beschermingsmaatregelen i..v. collectief ontslag.

EPL oeso 2013

Bron: EPL, Oeso, cijfers 2013.

 

De vraag blijft waarom ons land een uitverkoren doelwit is voor herstructureringen en zeker voor sluitingen. Waarom valt de keuze op de vestigingen van Renault in Vilvoorde, Opel in Antwerpen, Ford in Genk, Caterpillar in Gosselies, en niet op een vestiging in het buitenland? Waarom kan er net over de grens met Nederland in Born wel nieuwe autoassemblage worden opgestart?

En waarom blijven de sites na herstructurering zo lang troosteloos leeg of amper bezet? Daarover moet een debat komen, in plaats van het huidige gerommel in de marge van een al te complexe reglementering. Om nog wat meer juridische zekerheid af te kopen met sociale en economische onzekerheid.

 

 

Paul Soete is Consultant industrial relations en voormalige CEO van de technologiefederatie Agoria.

Dit artikel herneemt de opinie verschenen in De Tijd van 15 februari 2018.

Zie ook de opinie van prof. Marc De Vos in Trends van 15 februari 2018.

Ook Herman Craeynickx schreef hierover een opinie in De Tijd van 16 februari 2018.

Employers who violate rules of fairness are punished by reduced productivity.
Daniel Kahneman, Thinking Fast and Slow, Pinguin Books, 308.