www.socialedialoog.be - ceci n'est pas un compromis

Mijn artikel over het dossier arbeiders-bedienden in De Tijd van 9 juli 2013

Het merkwaardig werk van Monica De Coninck, Eva Van Hoorde en Yasmine Kherbache is eigenlijk een arbitrage, geen compromis, met dat toelaat het dossier te laten landen tussen het duurste syndicaal voorstel en de grootste toegeving waartoe de werkgevers bereid waren.

Waarom een arbitrage en geen compromis?  Bij een compromis gaan de partijen over tot een akkoord door hun stellingen te verlaten, omdat zij inzien dat er meer op het spel staat dan hun eigen belangen. Bij een arbitrage gaan ze akkoord om een geschil voor te leggen aan een derde die een beslissing kan opleggen, waarmee de partijen niet noodzakelijk akkoord mee gaan. Arbitrage is nuttig en nodig als de partijen zich niet (voldoende) coöperatief (kunnen) opstellen. Het voorstel van de Minister van Werk is duidelijk een arbitrage, geen compromisvoorstel.
De marathonvergadering van 27 uren was zorgvuldig aangepakt. Alle factoren waren er om te slagen: technische kennis, teamwork, lef, dramagehalte, externe steun bij de vicepremiers, gedeeld inzicht dat niets doen geen oplossing is,  last minute afzondering, pendeldiplomatie, en tot slot het akkoord dat de Minister de formele verantwoordelijkheid neemt, niet de Groep van Tien. Een sterk staaltje van procesbeheersing. Voeg er nog aan toe een dosis creativiteit en solidariteit. De tekst bevat een aantal duidelijke regelingen, maar ook nog veel in te vullen intenties en schippert tussen modaliteiten gevraagd door de werkgevers en door de vakbonden. Men vindt er weinig toekomstvisie.

“Niemand is gelukkig, niemand is doodongelukkig” aldus Marc Leemans. De arbeiders zullen wel gelukkiger zijn. De bedienden met een hoger loon zijn iets meer ongelukkig dan anderen. Werkgevers uit de arbeidsintensieve sectoren met meer arbeiders dan bedienden, zoals maakindustrie, bouwsector, horeca, schoonmaaksector, betalen het gelag van de arbitrage. De nieuwe ontslagregeling en het gewaarborgd loon vanaf de eerste dag ziekte  zijn voor die sectoren serieuze nieuwe arbeidskosten. Werkgevers uit “enkele” (hoeveel?) “activiteiten” (welke?) hebben de hoop iets minder ongelukkig te worden, want voor hen voorziet men uitzonderingen met kortere ontslagtermijnen uit te werken. De KMO’s met minder dan 20 werknemers zijn zeker minder ongelukkig, want zij genieten een nieuwe loonlastverlaging.

We hopen dat de regering en de sociale gesprekspartners snel klaarheid zullen scheppen over de precieze modaliteiten en inwerkingtreding van de voorstellen. Zo bijvoorbeeld voor de rechtszekerheid voor ontslagen van arbeiders tussen 8 juli en 31 december: zij vallen dan toch nog onder de huidige ontslagregeling? Ander voorbeeld is de vraag waarom alleen sectorale aanvullende werkloosheidsuitkeringen verrekend worden in het nieuw ontslagrecht, en niet deze overeengekomen in ondernemingsakkoorden.

Het principe van de motiveringsplicht is een kwestie van respect voor de werknemers. Het is een verrijking van het arbeidsrecht. De sociale gesprekspartners zullen dit HR-principe op een evenwichtige manier uitwerken, hopelijk zonder onnodige procedureslagen in te voeren en met het inzicht dat er een opportuniteit is om de talloze particuliere beschermingen (bv. i.g.v. zwangerschap of tijdkrediet) overbodig te maken.

Opmerkelijk en hoopgevend is de ruimte die de sectoren krijgen om een deel van de ontslagkost om te vormen tot inzetbaarheidsmaatregelen. Dat is een experiment op grote schaal : zowel het overleg op sectorniveau als dat op ondernemingsniveau moet deze kans met beide handen grijpen, omdat dit de modernisering van ons arbeidsrecht kan inzetten.

Het besluit van het sociaal conclaaf van 4-5 juli is nog maar het begin van het einde, want “the proof of the pudding is in the eating”: pas als alle modaliteiten uitgewerkt en van toepassing zijn, zullen we precies weten wat deze arbitrage opbrengt en kost. De sociale partners zullen de nog talrijke andere verschillen tussen arbeiders en bedienden zoals het vakantiegeld en de aanvullende pensioen moeten aanpassen. De tekst bepaalt dat zij het afgedreven ontwerp van IPA 2011-2012 als richtsnoer zullen gebruiken.

 In 2015 zullen we kunnen terugblikken op één jaar toepassing van de regeling.  De juridische complexiteit zal ongetwijfeld toegenomen zijn. De cijfers die de concurrentiekracht meten, zullen een idee geven van het kosteneffect van de nieuwe regeling. Die zal verschillen van sector tot sector. Correctie in een of andere vorm zou wel eens nodig kunnen zijn. De eerste activeringsmaatregelen zullen hopelijk het licht gezien hebben. Enkele sectoren zullen meer dan vandaag gebruik maken van contracten van bepaalde duur en uitzendarbeid. De collectieve ontslagen zullen nog duurder uitvallen. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd.