www.socialedialoog.be - Loonspanning volgens leeftijd (onvolledig) in kaart gebracht

Deze grafiek gepubliceerd door Andreaz Tirez toont aan dat de lonen in België blijven stijgen naarmate werknemers ouder worden.

loon leeftijd

Het probleem lijkt ons complexer dan voorgesteld in het artikel. Vele commentatoren vergeten te vermelden dat het probleem eerder voorkomt bij de witte boorden dan bij blauwe boorden. Volledigheidshalve moet men ook rekening houden met de verschillen in kwalificatie van de oudere werkende werknemers in de verschillende landen om de grafiek te interpreteren.

loonspanning en kwalificatie

De auteur heeft wel gelijk wanneer hij pleit voor een geleidelijke verandering. Zo niet, stelt hij, grijpt men te drastisch in de spaargedrag van de huidige (bediende)populatie op het einde van de loopbaan. Wij kunnen er aan toevoegen dat een brutale hervorming de schaar zet in het ongeschreven contract van de werkende generatie bedienden dat ze minder verdienen in het begin van de loopbaan in ruil voor een hoger loon op het einde er van.

Een alternatief voor geleidelijkheid bestaat niet in de vorm van twee loonsystemen: een loongebouw A voor de medewerkers in dienst en loongebouw B voor nieuw aangeworven medewerkers. Onafgezien van de administratieve complexiteit en de hoofdbrekers bij loononderhandelingen zal het draagvlak voor de verschillende loonsystemen na enkele jaren verdwijnen. Het gevolg zal een beweging ontstaan voor harmoniseren. Iedereen kan de gevolgen daar van inschatten.

De geleidelijkheid kan er via overleg komen door openheid van geest (die nog niet waarneembaar is bij de bediendebonden), een kritische blik op de gewenste loonspanning en op het aantal automatische "annualiteiten". Los van fundamentele beschouwingen kan men reeds knippen in het aantal gelijkgestelde periodes van niet-arbeid omdat die geen verband houdt met toename van de productiviteit.

Het lijkt ons onvermijdelijk dat de Minister van Werk gebruik maakt van zijn bevoegdheid om criteria te gebruiken om sectorale loonbarema's met anciënniteitsverhogingen algemeen verbindend te verklaren.

Het probleem zal echter niet opgelost worden door enkel de sectorale loonbarema's aan te pakken. Voor honderdduizenden bedienden liggen de sectorale lonen onder de reële lonen die gelden op de arbeidsmarkt. De sectorale barema's zijn dus maar één factor. Moeten we niet meer aandacht besteden aan het effect van de zgn. meritesystemen van commerciële adviesverleners en van de ondernemingsakkoorden? 

 

Aanbevolen lectuur: Jan SMETS, Philippe DELHEZ en Yves SAKS, Het verband tussen loon en aciënniteit. Over.Werk 2015-2.